Kies een bodembedekker eerst op de plek: maagdenpalm of mansoor voor schaduw, laag vetkruid of kruiptijm voor volle zon. Reken op 7 tot 16 planten per m² en op twee tot drie seizoenen wieden voor de grond dicht is. De meeste soorten zijn winterhard; wat ze doodt, is nat staan. Lees meer over maagdenpalm, bodembedekkers voor de schaduw en winterharde soorten.
Maagdenpalm en mansoor sluiten de grond in de schaduw, laag vetkruid doet dat in de zon.
Alle gidsen over bodembedekkers
MaagdenpalmAlles over de kleine maagdenpalm: zon of schaduw, plantafstand, terugknippen en wat je doet als hij kaal wordt.
Bodembedekker voor de schaduwWelke lage planten in diepe of droge schaduw groen blijven, met hoogte, bloei en aantallen per vierkante meter.
Bodembedekker winterhardHoe winterhard bodembedekkers zijn, welke blad houden in de winter en wat een plant wel doodmaakt.
Wat doet een bodembedekker, en wanneer kies je er een?
Een bodembedekker is een laagblijvende plant die de grond bedekt, zodat er minder onkruid groeit en de grond minder snel uitdroogt. Meestal zijn het vaste planten die zich uitbreiden, soms kleine heesters of kruipers. Ze zijn zinvol waar gras niet wil groeien, waar wieden lastig is, op een talud of onder bomen. Zoek je planten voor een border, kijk dan ook bij vaste planten.
In het begin besparen ze geen werk. Zolang de plant niet dicht staat, groeit er onkruid tussen dat je moet wieden, en dat geldt het eerste jaar en soms ook het tweede. Een bodembedekker is daarom een investering: wat je de eerste twee jaar doet, bepaalt hoeveel werk je daarna bespaart.
Zon, schaduw, droog of nat: de plek bepaalt de soort
Kijk eerst naar de plek, want grond en licht zeggen meer dan de bloemkleur. Onder bomen is het vaak droog en schaduwrijk, langs een noordmuur vochtig, en een zuidhelling droogt in de zomer snel uit. In de schaduw zijn maagdenpalm, mansoor en schuimbloem zekere keuzes. In volle zon doen laagblijvende vetkruiden en kruiptijm het goed, mits de grond doorlatend is. Ligt een plek half dag wel en half dag niet in de zon, kies dan een soort voor halfschaduw.
Planten voor de schaduw staan met aantallen en hoogtes bij bodembedekkers voor de schaduw. Is de plek te nat, pak dan eerst de drainage aan, want bijna alle bodembedekkers rotten weg in grond die in de winter nat blijft.
Welke bodembedekker past bij welke plek
Plek
Past bij
Let op
Volle zon, doorlatende grond
laag vetkruid, kruiptijm
niet nat laten staan
Zon of halfschaduw, gewone grond
maagdenpalm, balkangeranium
eerste jaren wieden
Diepe schaduw onder bomen
mansoor, schuimbloem, maagdenpalm
eerste zomer water geven
Droge schaduw met boomwortels
balkangeranium, elfenbloem
niet in te rijke grond
Helling of talud
maagdenpalm of vetkruid, dicht geplant
afdekken tegen uitspoelen
Groenblijvend of bloeiend, laag of hoger: welke soorten zijn er?
Groenblijvende bodembedekkers houden de grond ook in de winter bedekt. Maagdenpalm, mansoor en de elfenbloem 'Frohnleiten' doen dat, en de meeste laagblijvende vetkruiden blijven groen. Bloeiende soorten als de knoopige ooievaarsbek geven langer kleur, van juni tot mogelijk november, maar laten in de winter een kale plek achter. Een combinatie van beide werkt vaak het best.
De hoogte bepaalt of een soort een pad of rand netjes houdt. Vetkruid 'Atlantis' blijft 3 tot 5 centimeter, maagdenpalm wordt 15 tot 25 en ooievaarsbek 30 tot 40. Bij ooievaarsbek kijk je goed naar de soort, want sommige blijven laag en kruipend en andere groeien meer de hoogte in.
Gangbare bodembedekkers naast elkaar
Soort
Standplaats
Hoogte
Bloeit
Blad in de winter
Maagdenpalm (Vinca minor)
zon tot schaduw
15 tot 25 cm
maart tot en met mei
groen
Mansoor (Asarum europaeum)
schaduw
15 tot 20 cm
april tot mei
groen
Elfenbloem 'Frohnleiten'
halfschaduw, ook droog
20 tot 30 cm
april tot mei
groen
Knoopige ooievaarsbek
schaduw
30 tot 40 cm
juni tot mogelijk november
valt af
Vetkruid 'Lemon Ball'
zon
5 tot 10 cm
juli tot augustus
meestal groen
Vetkruid 'Atlantis'
zon
3 tot 5 cm
mei tot juli
meestal groen
Vetkruid (Sedum sieboldii)
zon
circa 10 cm
juli tot augustus
meestal groen
De meeste laagblijvende vetkruiden blijven in de winter groen.
Winterhard: de meeste redden de winter, nat staan niet
Nederland ligt in winterhardheidszone 7b tot 8b, en de gangbare bodembedekkers hebben een lagere minimumzone. Mansoor haalt zone 5, goudaardbei zone 3 en schuimbloem zone 4, dus de vorst is zelden het probleem. Een plant die precies op zijn minimumzone staat, heeft meer kans op schade dan een plant die er ruim boven zit. Per soort verschilt de minimumzone, en dat zie je terug bij winterharde bodembedekkers.
Wat een winter echt kapotmaakt, is nat staan, vooral bij planten die van zon en droge grond houden. Zorg dus voor doorlatende grond. Een plant in een pot is vorstgevoeliger dan een plant in de grond, omdat de wortels niet door de aarde worden beschermd. Winterhard betekent niet wintergroen: een ooievaarsbek overleeft de vorst, maar zijn blad valt af.
Welke bodembedekker houdt onkruid echt weg?
Alleen een dichte mat werkt tegen onkruid, en die heb je pas na twee tot drie seizoenen, ook met een snelgroeiende soort. Tot die tijd houd je onkruid onder de duim met een laag boomschors, maaisel, compost of stro tussen de planten. Zaadonkruid trek je net na de bloei uit, voor het zaad zet. Wortelonkruid als kweekgras of zevenblad haal je vooraf weg, want elk achtergebleven stukje groeit opnieuw uit.
Een mulchlaag bedekt de grond ook zonder plant. Je houdt hem het beste op plekken waar nog niets staat, of tijdelijk tussen jonge planten. Een nadeel is dat zaaien en planten door een dikke laag lastiger gaat en dat je hem elk jaar moet aanvullen. Een levende bodembedekker doet dat zelf. Onkruid dat toch doorkomt, pak je aan zoals bij onkruid bestrijden. Tussen planten met bovengrondse uitlopers schoffel je liever niet, want dan snijd je de uitlopers door.
Hoeveel bodembedekkers heb je nodig per m² en wanneer plant je ze?
Voor lage soorten is 7 tot 9 per m² gebruikelijk, voor bodembedekkers die snel moeten sluiten 10 tot 16. Het verschil komt door de plantmaat en door hoe snel je de grond dicht wilt hebben. Kies in diepe schaduw en op lastige plekken de bovenkant van de bandbreedte. Plant in het voorjaar of najaar, zet de planten even diep als in de pot en geef na het planten flink water.
De rekenhulp voor planten per vierkante meter rekent het precies voor je uit. Voor een rand van 4 m² met 9 planten per m² heb je 36 planten nodig, en met 16 per m² zijn het er 64. De prijs loopt snel op, dus reken vooraf en vraag de kweker naar de plantmaat.
Van plantafstand naar aantal per m²
Plantafstand
Planten per m²
Past bij
20 cm
25
heel snel dicht, vooral kleine plantjes
25 cm
16
bovenkant van de bandbreedte voor bodembedekkers
30 cm
11
gangbare keuze voor lage soorten
40 cm
6
soorten die zich snel uitbreiden
50 cm
4
grote soorten, geduld nodig
Omrekening van plantafstand naar aantal per m².
Geranium, vetkruid en tijm als bodembedekker in de zon
Ooievaarsbek is een veelgekozen bodembedekker, omdat hij lang bloeit en de grond goed afsluit. Balkangeranium (Geranium macrorrhizum) groeit dankzij zijn bovengrondse wortelstok zelfs op droge plekken tussen boomwortels, maar doet het in rijke grond juist slechter. Met zes tot zeven planten per m² is hij snel dicht, en een uitloper die te ver gaat, trek je zo weg.
Vetkruid staat het liefst in de zon op doorlatende grond en rot weg als het te nat is. Kruiptijm bloeit in de zon en kan tegen een stap, maar hij heeft even nodig om de grond te sluiten. Voor een intensief gebruikt pad is geen enkele bodembedekker geschikt, leg daar tegels. Kruipphlox bloeit in het voorjaar in de zon. Kijk bij campanula goed naar de soort, want sommige kruipen en andere groeien de hoogte in.
Bodembedekkers met bloemen: wit, paars, geel, roze en blauw
Wie op kleur kiest, heeft in het voorjaar de meeste keuze. Wit krijg je met schuimbloem of pachyphragma, blauw en paars met maagdenpalm, geel met goudaardbei of vetkruid en roze met vetkruid of phuopsis. In de zomer en herfst wordt het schaarser, met de knoopige ooievaarsbek als uitzondering. Combineer daarom soorten met verschillende bloeitijden, zodat er van maart tot de herfst iets bloeit. Maagdenpalm vult de leegte in het eerste jaar, trager groeiende soorten volgen later.
Een paarse bodembedekker past bij hogere planten in dezelfde kleur, een gele zorgt voor contrast. Plant van elke kleur een groter vlak en niet veel kleine plekjes, want dat oogt rommelig. Dit komt van pas bij het combineren van planten in borders.
Bloemkleur, soort en bloeitijd
Kleur
Soort
Bloeit
Wit
Schuimbloem, pachyphragma
maart tot april
Blauw en paars
Maagdenpalm
maart tot en met mei
Geel
Goudaardbei, vetkruid 'Lemon Ball'
april tot mei, juli tot augustus
Roze
Vetkruid (Sedum sieboldii), phuopsis
juli tot september
Paars en roze
Knoopige ooievaarsbek
juni tot mogelijk november
Witte, paarse en oersterke bodembedekkers voor lastige plekken
Zoek je een witte bodembedekker, dan zijn schuimbloem en pachyphragma de bekendste, allebei in het vroege voorjaar. Paarse bloemen heeft maagdenpalm, en ook de knoopige ooievaarsbek, die veel later in het jaar bloeit. Phlox als bodembedekker bloeit in het voorjaar en wil zon. Combineer van elke soort een flink vlak, dan oogt het rustiger dan veel losse plekjes.
Met oersterk bedoelen de meeste mensen een plant die droogte, schaduw en wortelconcurrentie verdraagt. Dan komen balkangeranium, maagdenpalm en mansoor vooraan. Waar de grond arm en droog is, zoals onder een berk, zijn ze zekerder dan een soort die rijke grond wil. Houtsnippers of schors zijn een goede tijdelijke aanvulling: leg ze tussen jonge planten tot de grond dicht is. Daarna neemt de plant het werk over.
Tussen tegels, op een talud en onder een boom
Wie tegels uit het terras haalt voor planten, graaft ongeveer 30 centimeter terraszand weg, vult de geul met tuinaarde en compost en zet de planten even diep als in de pot. Kies ooievaarsbek voor zon, maagdenpalm voor halfschaduw en klimop voor schaduw. Zet een paar tegels rechtop terug als randje, zodat de rest van de bestrating op zijn plek blijft.
Op een talud houdt een dicht geplante bodembedekker de grond vast en voorkomt hij uitspoelen. Plant daar dichter en dek de eerste winter af. Onder een boom is het vaak droog; kies een soort die wortelconcurrentie verdraagt, zoals balkangeranium of een elfenbloem, en geef het eerste jaar extra water. Klimop doet het in de schaduw goed, maar klimt ook tegen bomen en muren, dus houd hem in toom.
Onderhoud in de eerste twee jaar en daarna
De eerste twee jaar vragen het meeste werk. Wied onkruid met de hand, geef water in droge perioden en leg tussen de planten een dun laagje mulch. Bemesten is meestal niet nodig; een beetje compost in het voorjaar is genoeg. Daarna wordt het rustiger, omdat de dichte mat zelf onkruid en uitdroging tegenhoudt. Haal in het voorjaar dood blad en wintervorstschade weg, en vul kale plekken aan door een pol te delen of een paar planten bij te zetten. Veel bodembedekkers knip je in het voorjaar terug, bijvoorbeeld maagdenpalm met een heggenschaar.
Wil je meer planten, deel dan een bestaande pol in het voorjaar of najaar. Bodembedekkende rozen en andere kleine struiken snoei je in de late winter. Maagdenpalm staat bekend als giftig bij inname, dus zet hem niet waar kleine kinderen spelen die planten in de mond stoppen. Bij inname bel je de huisarts. Bij een huisdier bel je de dierenarts. Wil je de grote en de kleine soort vergelijken, lees dan vinca minor en vinca major. Onder klimplanten houdt een bodembedekker de grond aan de voet bedekt en koel.
Rekenhulp
Planten per vierkante meter
Zo rekent de rekenhulp, met bronnen
Zo rekent de rekenhulp
Waar een bron alleen planten per m² geeft, is de afstand_cm berekend als 100 gedeeld door de wortel van het aantal per m², afgerond op hele cm, bij vierkant verband (bijvoorbeeld 9 per m² geeft 33 cm). Dit is een vuistregel en geen bronwaarde; de bronnen voor die afstand zijn leeg (bronnen_afstand). Vechtdal geeft dezelfde omrekening voor 20, 25, 30, 40 en 50 cm.
Een betonnen talud met openingen waar bloemen in moeten
In een gekochte tuin met een steentuin liep een schuin betonnen talud met openingen van 80 bij 25 centimeter, met een dikke laag aarde eronder. De bewoner wilde er een kruipende plant met veel bloemen in. Campanula groeide meer de hoogte in dan de breedte en klimop was niet gewenst. Maagdenpalm, vetkruid en kruiptijm werden voorgesteld. De eerste vraag was of het talud in de zon of in de schaduw lag, want dat bepaalt welke van de drie past.
De grond het hele jaar bedekt houden
Een moestuinier hield de grond jaarrond bedekt met stro, karton, blad en knipsel van de planten zelf. Bij het zaaien en planten ging de mulch opzij, verder bleef hij liggen. De grond droogde minder snel uit en er was minder water nodig. Een nadeel was dat je in een bak waar je moet scheppen eerst de mulch opzij schuift.
Veelgemaakte fouten
Planten op een plek die in de winter nat blijft
Zon- en droogteplanten rotten in nat weer. Verbeter de grond of kies een soort die vocht verdraagt.
Te ver uit elkaar planten
Met te weinig planten blijft er te lang kale grond waar onkruid kan groeien. Houd je aan de bandbreedte van 7 tot 16 per m².
De eerste jaren niet wieden
Onkruid wint van een jonge bodembedekker. Wied regelmatig tot de grond dicht is.
De verkeerde plant voor de plek
Een zonplant in de schaduw wordt ijl, een schaduwplant in de felle zon verbrandt. Kijk eerst naar licht en grond.
Wanneer je een vakman belt
Bodembedekkers plant je zelf. Een hovenier is nuttig bij grote oppervlakten, steile hellingen of een tuin waar de grond eerst verbeterd of ontwaterd moet worden.
Veelgestelde vragen
Wat zijn makkelijke bodembedekkers?
Maagdenpalm, mansoor en laagblijvend vetkruid vragen weinig. Ze groeien op gewone grond, hebben na het aanslaan nauwelijks water nodig en hoeven alleen af en toe teruggeknipt te worden. Het lastigste is het wieden in de eerste jaren. Kies de soort die bij je plek past, dan wordt het ook echt makkelijk.
Wat is de mooiste bodembedekker?
Dat is smaak. Veel tuiniers vinden maagdenpalm met violetblauwe bloemen en glanzend blad mooi, anderen kiezen de gele bloemen van goudaardbei of de roze van vetkruid. Kijk naar bloeitijd en kleur van de planten die al in je tuin staan, zodat het geheel past.
Wat zijn de sterkste bodembedekkers?
Maagdenpalm verdraagt droogte en schaduw, balkangeranium groeit op droge plekken onder bomen en mansoor houdt het jaren vol. Sterkte is relatief: elke soort heeft een plek waar hij het goed doet en een plek waar hij het moeilijk heeft.
Welke bodembedekkers zijn winterhard?
De meeste die in Nederland worden verkocht, zoals ooievaarsbek, vetkruid en goudaardbei. Ze vriezen soms tot de grond af en lopen in het voorjaar weer uit, zolang de grond in de winter niet nat blijft. Hoe winterhard een soort is, verschilt, en dat komt terug bij winterharde bodembedekkers.
Welke bodembedekkers blijven in de winter groen?
Maagdenpalm, mansoor, schuimbloem, pachyphragma, de elfenbloem 'Frohnleiten' en de meeste laagblijvende vetkruiden. Ooievaarsbek, smeerwortel en komkommerkruid verliezen hun blad in de winter. Ook klimop blijft groen, al klimt hij ook tegen bomen en muren. Een wintergroene soort is niet automatisch winterhard, dus controleer dat apart.
Wat is de makkelijkste bodembedekker?
Voor schaduw en halfschaduw is dat vaak maagdenpalm, voor volle zon een laag vetkruid. Beide vragen weinig verzorging en breiden zich vanzelf uit. In de praktijk is de makkelijkste soort die bij het licht en de grond van je tuin past, dus begin bij de plek.
Wat is de beste tijd om bodembedekkers te planten?
Het voorjaar en het najaar. De grond is dan vochtig en de planten hebben tijd om te wortelen voor het te heet of te koud wordt. Plant niet bij vorst en niet midden in een hete, droge zomer. Geef na het planten flink water en houd de grond het eerste jaar vochtig.
Welke bodembedekkers zijn geschikt voor volle zon?
Laagblijvende vetkruiden, kruiptijm en balkangeranium, mits de grond doorlatend is. Vetkruid 'Lemon Ball' wordt 5 tot 10 centimeter en bloeit geel in juli en augustus. Planten in de zon bloeien rijker dan in de schaduw, maar hebben de eerste zomer wel water nodig.
Hoeveel bodembedekkers heb je per vierkante meter nodig?
Reken op 7 tot 16 planten per m². Voor een lage soort die snel sluit is 9 tot 12 gebruikelijk, voor grotere soorten minder. Het aantal hangt af van plantmaat en gewenste snelheid. De rekenhulp voor planten per vierkante meter rekent het uit voor jouw oppervlak.
Welke bodembedekkers zijn leuk om te combineren?
Voor kleur in het voorjaar maagdenpalm en pachyphragma, voor de zomer ooievaarsbek en vetkruid en voor mooi blad mansoor. Kruiptijm geeft geur en bloemen in de zon. Combineer een groenblijvende basis met een bloeiende soort.
Vaste plantenVaste planten kies je op zon of schaduw en op bloeitijd. Zo zie je welke soorten bij jouw plek passen, wanneer je plant en wanneer je terugknipt.
Eenjarige plantenEenjarige zomerbloeiers zaai je tussen maart en mei en ze bloeien tot de vorst. Lees welke soorten sterk zijn, wat in zon en schaduw past en hoe je kiest.
BloembollenBloembollen: voorjaarsbollen plant je in de herfst, zomerknollen na de nachtvorst. Lees hoe diep, hoe ver uit elkaar en welke bollen terugkomen.
RozenRozen kies je per type: klimroos, stamroos of heesterroos. Lees waar ze staan, hoe je ze plant en verplaatst en wat je doet tegen luis en meeldauw.
HortensiaWaar je een hortensia plant, hoeveel water hij nodig heeft, wanneer je snoeit en waarom de kleur verandert. Zo kies je de soort die bij je tuin past.
LavendelLavendel kies je op soort en winterhardheid, hij wil zon en doorlatende grond en je snoeit hem elk jaar. Zo kies, plant en verzorg je lavendel in je tuin.
HeestersWelke heester groeit in de schaduw? Hulst, skimmia en camelia redden het met weinig zon. Ook: wanneer je plant, wat winterhard is en wat lang bloeit.
KlimplantenKlimplant kiezen voor je muur, schutting of pergola? Bepaal eerst zon of schaduw, steun en winterhardheid. Vergelijk soorten op bloei, hoogte en steun.
SiergrassenSiergras kiezen voor je tuin: de mooiste soorten, wat winterhard of wintergroen is, hoe ver je ze plant en wanneer je ze in maart of april terugknipt.
OlijfboomOlijfboom verzorgen doe je met volle zon, een ruime pot en weinig water. Zo kies je pot en grond, voed je hem en overwinter je ook oleander, yucca en palm.
Bomen voor de tuinEen tuinboom kies je op zijn volwassen hoogte en breedte. Zo bepaal je de afstand tot de erfgrens, vind je kleine bomen en weet je wanneer je kapt of plant.
HagenHaagbeuk is een boom die je als haag knipt: 4 tot 5 planten per meter, snoeien in juni. Zo verschilt hij van beuk en zo kies je tussen alle haagsoorten.
Planten kiezenPlanten kiezen begint bij zon of schaduw, de grond en de winter. Kies op plek en bloeitijd, reken het aantal per m2 uit en vind de gids die bij jouw tuin past.