Een kweekkas vangt zonnewarmte en houdt wind en regen tegen, maar hij houdt geen strenge vorst buiten. Paprika en aubergine zaai je vanaf eind januari, tomaat in maart, en vorstgevoelige planten gaan pas na de IJsheiligen (11 tot en met 14 mei) naar buiten. Voor een vensterbank of een zaaitafel kies je een kweekbak, voor een terras een bak op poten en voor een plek om in te staan een kleine tuinkas.
Een kweekkas met een open raam, waarin tomatenplantjes in potten voorbereid worden op mei.
Alle gidsen over kweekkas
Kweekbak kwekenWat je in een kweekbak zaait, welke warmte en grond daarvoor nodig zijn en hoe je sla en kruiden vanaf maart opkweekt.
Kleine kweekkassenKiezen tussen glas en polycarbonaat, een fundering leggen en platen, raam en deur vastzetten tegen storm.
Wat een kweekkas doet en wat niet
Een kweekkas is een kas op kleine schaal waarin je zaait, opkweekt en laat doorgroeien. Glas, folie of platen vangen zonlicht en houden de warme lucht vast, dus het is er overdag warmer dan buiten en jonge planten staan uit de wind en de regen. Zo begin je in het voorjaar eerder en oogst je in de herfst langer.
Vorst houdt een kweekkas niet tegen. Zonder verwarming koelt hij 's nachts bijna net zo snel af als de buitenlucht, en bij strenge vorst bevriest het ook binnen. Plaats gevoelige planten dus niet te vroeg zonder extra bescherming, of begin binnen in een kweekbak op de vensterbank en verhuis ze later.
Welk type kweekkas past bij jouw plek
Kweekkassen zijn er grofweg in vier vormen. Je hebt een rek met een foliehoes, een bak op poten voor terras of balkon, een foliekas of tunnel over een bed en een kas van hout of aluminium waar je in kunt staan. Veel tuinders beginnen klein en groeien door. Een folietunnel is goedkoop en makkelijk te verplaatsen, maar de folie moet je na een paar seizoenen vervangen en hij is gevoelig voor wind.
De keuze hangt af van je ruimte, de wind en wat je wilt kweken. Zaai en plant je op werkhoogte, kijk dan naar een kweekbak op poten. Wil je zelf in de kas kunnen staan, dan lees je over materiaal, fundering en inrichting bij kleine kweekkassen.
Welk type kweekkas past bij jouw situatie
Situatie
Kies
Waarom
Je zaait voor in februari en maart
Een kweekbak of kastje in huis
Het is er warm genoeg en je hebt de plantjes bij de hand.
Je hebt een balkon of klein terras
Een bak op poten of een tafelmodel met deksel
Het neemt weinig plek in en je werkt op een prettige hoogte.
Je wilt een bed tegen kou en wind beschermen
Een foliekas of tunnel
Hij is goedkoop en snel neergezet, maar minder stevig.
Je wilt tomaat en komkommer het hele seizoen kweken
Een tuinkas van hout of aluminium waar je in kunt staan
Die planten worden hoog en hebben ruimte en ventilatie nodig.
Je hebt maar een smalle strook langs de schutting
Een muurkas tegen de muur
De muur geeft beschutting en houdt warmte vast.
Glas, polycarbonaat of folie: wat past bij jouw plek
Het materiaal bepaalt hoeveel licht binnenkomt, hoe stevig de kas staat en hoe lang hij meegaat. Glas laat veel licht door en blijft helder, maar is zwaar, breekbaar en duur om te vervangen. Polycarbonaat is lichter en goedkoper, maar de platen worden met de jaren dof en waaien bij storm sneller los. Folie en kunststof hoezen zijn het goedkoopst en geven de minste stevigheid.
Op een open plek met veel wind kies je een zwaardere kas, of je versterkt de platen met kit en extra latten. Voor een kweektafel op wielen is kunststof meestal de enige verstandige keuze, omdat het gewicht beperkt moet blijven. Een vaste kas vraagt meer voorbereiding, en wat daarbij komt kijken, zie je aan de kleine tuinkas.
Een kweekkas tegen de muur, op het balkon of op wielen
Een muurkas staat met een lange kant tegen een muur of schutting. De muur breekt de wind en geeft 's avonds warmte af die hij overdag opnam, wat in het voorjaar goed merkbaar is. Dat maakt hem geschikt voor smalle stroken waar een vrijstaande kas niet past. Kies een zuid- of westwand voor het meeste licht en zet hem niet onder een boom.
Op een balkon werkt een lage kas of een trapje met foliehoes. Natte potgrond is zwaar, dus zorg dat niets kan kantelen of omwaaien. Een kas op wielen of poten volg je met de zon en rijd je in de hitte naar de schaduw, wat voor jonge plantjes goed werkt. Houd er rekening mee dat een lichte constructie bij storm als eerste wegwaait, dus zet hem bij harde wind tegen een muur of in de luwte.
Wat je in een kweekkas kunt zaaien en uitplanten
Een kweekkas is vooral waardevol voor gewassen die veel warmte en een lang seizoen nodig hebben. Paprika en aubergine zaai je van eind januari tot begin maart, tomaat in maart en vroeg in april, komkommer en courgette in april en mei. Wat in de kas voorgekweekt is, gaat pas na de IJsheiligen de tuin in. Daarna groei je verder met tomaten en andere vruchtgroenten.
Koude gewassen als sla, spinazie en radijs hoeven niet in de kas, maar groeien er wel wat eerder. Voor sla en andere bladgroenten en voor kruiden is een kas een goede start. Welke groente wanneer kan, zie je per maand in de zaaikalender.
Zaaitijd, kiemtemperatuur en uitplanttijd van gewassen voor de kweekkas
Gewas
Zaaien
Kiemtemperatuur
Naar buiten of in de grond
Paprika
eind januari tot begin maart
boven 18 graden, niet warmer dan 30
mei, na de IJsheiligen
Aubergine
eind januari tot begin maart
minimaal 20 graden
vanaf half mei
Tomaat
maart en begin april
licht en niet te warm
mei, na 12 mei
Komkommer
april en mei
warm
na 12 mei, met twee echte blaadjes
Courgette
vanaf half april
ongeveer 20 graden
mei, na de IJsheiligen
Sla
half maart tot eind juli
rond 15 graden
april tot juli
Maanden voor een gemiddeld voorjaar. De IJsheiligen lopen van 11 tot en met 14 mei.
Warmte en licht: verwarmde kweekkas en kweeklamp
Een verwarmde kweekkas heeft een warmtebron met thermostaat, meestal een mat of kabel. Dat heb je alleen nodig voor veeleisende gewassen die in januari of februari beginnen, zoals paprika en aubergine. Voor de meeste andere planten is een onverwarmde kas genoeg, zolang je wacht tot de ergste vorst voorbij is. Zonder thermostaat kan een gesloten kas of bak snel te heet worden.
In de wintermaanden ontbreekt vooral licht. Zaailingen die lang en bleek worden, krijgen te weinig. Een kweeklamp op een tijdschakelaar boven de plantjes verlengt de dag. Gebruik in een vochtige ruimte materiaal dat daarvoor bedoeld is, sluit het aan op een groep met aardlekschakelaar en laat vaste bedrading door een installateur leggen.
Ventilatie en schaduw houden de kas gezond
In het voorjaar en de zomer is hitte een groter risico dan kou. Zet ramen en deur open zodra de zon erop staat en sluit ze aan het eind van de middag. Een schaduwdoek over het dak haalt de felste zon weg, wat vooral bij glas helpt.
Warm en droog is ook het klimaat waarin spint zich snel vermeerdert. Je herkent hem aan fijne bleke vlekjes op het blad, en bij zware aantasting aan spinsel. Regelmatig sproeien en een hogere luchtvochtigheid verkleinen het risico, maar bestrijden de mijt niet. Ernstig aangetaste planten haal je weg. Wat er per maand in de tuin speelt, zie je in de tuinkalender per seizoen.
Grond, bakken en vruchtwisseling in de kas
Wie elk jaar hetzelfde gewas in dezelfde kas kweekt, kweekt ook de ziekten mee. Tomaat en aubergine zijn allebei waardplant van aardappelmoeheid, en phytophthora komt bij tomaat voor, dus laat ze niet jaar na jaar op dezelfde plek staan. Wissel de gewassen af, vervang de bovenste laag grond of kweek in potten en bakken met verse potgrond.
Op een betegelde vloer kweek je sowieso in bakken. Zet ze op een tafel op ooghoogte, dan hoef je minder te bukken. Maak bakken schoon en gebruik verse grond als er het jaar ervoor een ziekte in zat. Zieke planten horen niet op de composthoop. Voor bed, grond en indeling van de hele tuin begin je bij een moestuin beginnen.
Zelf een kweekkas maken en wat je ermee kunt verwachten
Een eenvoudige kweekkas maak je van een houten frame met doorzichtige platen, een oud raam of stevige folie. Een kleine, lage kas is zo gebouwd. Zet hem op een vlakke ondergrond en maak er een klep of raam in om te luchten, want zonder ventilatie wordt het binnen in een paar uur te warm. Bouw je een grotere kas, werk dan met een tekening, een fundering en voldoende ramen.
Een zelfgemaakte kas doet hetzelfde als een gekochte: warmte en beschutting, geen vorstvrije ruimte. Verwacht dus niet dat je er in januari tomaten in laat staan. Een lage kas past over een bed met sla of kool, een grote biedt plek voor planken, potten en een werktafel. Voor een grote kas als bijgebouw gelden per gemeente verschillende regels, dus vraag dat na.
Onderhoud en levensduur van een kweekkas
Een kas blijft alleen goed als je hem schoon houdt. Algen en vuil nemen licht weg, en dat merk je in het donkere voorjaar het eerst. Maak het dak in najaar en voorjaar schoon met water en een zachte borstel, en controleer na elke storm platen, klemmetjes en kit.
Polycarbonaat wordt na een aantal jaren dof en laat dan minder licht door. Glas gaat bij goed onderhoud het langst mee, maar scherven ruim je bij een breuk meteen op. Folie vervang je eens in de zoveel seizoenen, en een tunnel die je in de winter niet gebruikt, haal je weg zodat sneeuw en wind hem niet beschadigen.
Het jaar rond: wat de kas per seizoen doet
In januari en februari staat de kas vooral in dienst van het voorzaaien: paprika en aubergine, daarna tomaat. In maart en april volgen sla, kool en kruiden, die in de kas sneller opkomen dan buiten. In mei verhuizen de vorstgevoelige planten naar de tuin of naar de grond in de kas zelf. In de zomer is ventilatie het belangrijkste.
In de herfst kan de kas opnieuw dienen, een seizoen dat veel tuiniers laten liggen. Veldsla die begin oktober is gezaaid, kun je in december oogsten, en winterspinazie kan in een koude kas nog in oktober de grond in. Een tweede zaai peterselie eind juli geeft planten voor de koude kas in september. Wat je oogst, bewaar je zoals beschreven bij oogsten en bewaren. Bonen en erwten kun je voorgekweekt uitplanten, zoals je leest bij bonen en erwten.
Rekenhulp
Zaaikalender voor groenten
Waar de kalender op rust, met bronnen
Waar de kalender op rust
Maanden gelden voor een gemiddeld Nederlands voorjaar en zijn niet per regio bijgesteld; zandgrond in het zuiden warmt eerder op dan de kust.
IJsheiligen (11 tot en met 14 mei) is de uitplantgrens voor vorstgevoelige gewassen. Onderbouwd door KNMI (vorst na 14 mei in De Bilt in 9 jaren sinds 1901, dus 92 procent betrouwbaar); een vuistregel, geen garantie.
Maandlijsten zijn afgeleid van tekst als 'half april tot eind mei': elke genoemde maand telt mee, ook als alleen de helft ervan wordt genoemd.
Waar Groei & Bloei Deventer (tabel op meerjarige gemiddelden) en een Groei & Bloei-artikel verschillen, is voor zaaien de ruimste periode gekozen en voor afstanden de bandbreedte. Voorbeelden: tomaat 80 x 40 cm (tabel) tegen 60 tot 70 cm in de rij bij cherrytomaat (artikel); doperwt zaaien vanaf februari (artikel) tegen half maart (tabel).
rijafstand is het eerste getal in de tabel van Groei & Bloei Deventer en plantafstand het tweede getal. Bij gewassen zonder tabelregel is alleen een afstand genoemd als een artikel die geeft.
Oogstmaanden zijn begrensd door wat de bron noemt. Bij oogst 'tot in het najaar' zijn de maanden tot en met de laatste genoemde maand opgenomen. Waar geen oogstperiode staat (onder meer rucola, koriander, rabarber, tuinkers) is null gezet.
Het aantal gewassen volgt uit wat is gelezen; rassen en winterharde variëteiten (zoals winterprei of vroege en late wortel) zijn samengevoegd tot één gewas, met de ruimste maanden.
Standplaats is alleen gevuld als een gelezen bron die noemt (null elders). Er is bewust geen standplaats bijgevuld uit algemene kennis.
Plantdiepte van knoflook: de bron noemt zowel 10 tot 12 cm diep als dat de punt net onder de grond moet zitten.
Naast elkaar stonden een glazen kas en een kas van polycarbonaat. Het glas had jarenlang nergens last van, terwijl na een storm in de andere kas platen wegwaaiden en braken. De platen bogen door in de wind en kwamen los uit de kit, die na een paar jaar ook niet meer plakte. Wie op een open plek polycarbonaat kiest, werkt met extra latten, goede bevestiging en kit die het buiten uithoudt.
Een goedkope muurkas stevig maken
Het aluminium frame van een goedkoop bouwpakket voor een kas tegen een schutting hield zich prima. De platen bleven bij storm niet zitten. Latten aan het frame en platen die daarop met schroeven en ringen vastzitten, losten dat op. Daarna stond de kas jaren. Reken er wel op dat zo'n pakket in elkaar zetten veel tijd kost en dat de onderdelen fragiel zijn.
Een kweektafel op wielen
Een zelfgebouwde kweektafel op wielen ging op zonnige dagen naar de zon en op hete dagen naar de schaduw. Voor kleine plantjes en opkweek werkte dat goed, en in een foliekas bleek een tafel op wieltjes handig. Het nadeel is dat een lichte bouw gevoelig is voor wind, dus zet hem bij storm weg.
Veelgemaakte fouten
Te vroeg uitplanten omdat de kas warm lijkt
Overdag is het binnen warm, maar 's nachts zakt de temperatuur snel. Laat vorstgevoelige planten tot na de IJsheiligen wachten, ook in de kas.
Elk jaar hetzelfde gewas op dezelfde plek
Ziekten en aardappelmoeheid bouwen zich op. Wissel af of vervang de bovenste laag grond.
Geen thermometer in de kas
Zonder meting merk je te laat dat het te heet of te koud is. Een thermometer die het hoogste en laagste punt onthoudt, is genoeg.
Alles dicht laten en veel water geven
Een natte, bedompte kas geeft schimmel en rot. Lucht dagelijks en geef 's ochtends water.
Veelgestelde vragen
Wat is een kweekkas?
Een kweekkas is een kleine kas om planten in op te kweken, te zaaien of te laten doorgroeien. Hij vangt zonnewarmte en houdt wind en regen tegen. Zo zaai je eerder en oogst je later in het seizoen. Strenge vorst houdt een onverwarmde kas niet buiten, dus gevoelige planten blijven kwetsbaar.
Welke groente kun je in een kweekkas kweken?
Vooral warmteminnende gewassen als tomaat, paprika, aubergine, komkommer en courgette. Ook sla, kool en kruiden doen het er goed. In de herfst zaai je er veldsla en winterspinazie. Kijk per gewas naar de zaaitijd en zet vorstgevoelige planten pas na de IJsheiligen naar buiten.
Is een verwarmde kweekkas nodig?
Alleen voor gewassen die in januari of februari beginnen, zoals paprika en aubergine. Die kiemen boven 18 tot 20 graden. Voor de meeste andere groenten is een onverwarmde kas genoeg, als je met zaaien wacht tot het weer zachter wordt. Gebruik bij verwarming altijd een thermostaat.
Kan een kweekkas op het balkon?
Ja, een kleine kweekkas of een tafelmodel past op een balkon. Let op wind en gewicht, en zet hem in de luwte van een muur. Op een zonnig balkon wordt het binnen snel heet, dus lucht dagelijks. Wil je op werkhoogte werken, dan is een kweekbak op poten een goede keuze.
Is glas of polycarbonaat beter voor een kweekkas?
Glas laat veel licht door en blijft helder, maar is zwaar, breekbaar en duurder. Polycarbonaat is lichter en goedkoper, maar wordt na jaren dof en waait sneller los. Op een open plek met veel wind is het zwaardere materiaal veiliger. Kit de platen in elk geval goed vast.
Heb je een lamp nodig in een kweekkas?
In de wintermaanden helpt een kweeklamp bij zaailingen die anders lang en bleek worden. Zet de lamp op een tijdschakelaar en hang hem dicht boven de planten. Later in het voorjaar is daglicht meestal genoeg. Let bij elektra op een aardlekschakelaar en op materiaal dat tegen vocht kan.
Hoe maak je zelf een kweekkas?
Een eenvoudige kweekkas maak je van een houten frame met doorzichtige platen of folie. Gebruik hout dat tegen vocht kan, zet hem op een stevige basis en maak er een raam in om te luchten. Voor een kas waar je in kunt staan heb je een tekening en een fundering nodig.
Hoe lang gaat een kweekkas mee?
Dat hangt van het materiaal en het onderhoud af. Glas gaat het langst mee als het goed vastzit, polycarbonaat wordt na een aantal jaren dof en vervang je dan. Folie gaat een paar seizoenen mee. Een goedkoop bouwpakket houdt het langer uit als je het zelf versterkt.
Moestuin beginnenMoestuin beginnen met praktische tips: wanneer je start, welke plek en grond je kiest, bak of volle grond, en wat je het eerste jaar het best zaait.
ZaaienZaaien hangt af van het gewas: radijs en wortel vanaf maart buiten, tomaat binnen en gevoelige planten na half mei. Lees diepte, afstand en kalender.
Tomaten kwekenVruchtgroenten zaai je tussen januari en april binnen en zet je na half mei buiten. Kies je gewas, zie wanneer je zaait en waar je verder leest.
Sla en bladgroentenBladgroenten kweken lukt het best in koele weken. Wanneer je sla, spinazie, snijbiet, rucola, paksoi en postelein zaait, en hoe je doorschieten voorkomt.
Wortel- en knolgewassenWortelgewassen als aardappel, wortel, biet en radijs willen losse, diepe grond. Zo kies je, zaai je op tijd en pak je een tegenvallende oogst aan.
Knoflook, ui en preiKnoflook zet je half oktober tot half november, ui zaai je in maart en prei plant je van mei tot juli uit. Zo ga je van pootgoed naar oogst en opslag.
Kool kwekenKool kweken in de moestuin: van boerenkool zaaien tot koolrabi snijden en spruitjes oogsten na vorst. Met kalender, keuzehulp en aanpak tegen rupsen.
Bonen en erwtenPeulvruchten kweken begint in februari met erwten en loopt tot juli met bonen. Zie wat je wanneer zaait en welke pagina bij jouw gewas past.
Rabarber en aspergesMeerjarige groenten zet je één keer en oogst je jaren. Begin met rabarber, kies een vaste hoek in de moestuin en kijk welke vaste groenten verder passen.
Kruiden kwekenMaak je kruidentuin in april of mei in grond, bak of pot. Zo verdeel je droge en vochtige kruiden, kies je een plek en plant je op balkon of verticaal.
Oogsten en bewarenOogsten doe je op het teken van de plant, niet op de datum. Zo zie je per groente of ze rijp is, van radijs tot pompoen, en hoe je de oogst goed bewaart.