Begin met een moestuin in februari of maart, op een zonnige plek met vier vakken van 1 bij 1 meter, losse grond en compost. Zaai in maart radijs, snijbiet en rode biet direct buiten, en wacht met bonen, courgette en tomaat tot na half mei, want die verdragen geen vorst. Heb je harde grond of weinig ruimte, dan is een moestuinbak de makkelijkste start. Zo bouw je een eerste seizoen op dat lukt en breid je daarna uit.
Vier vakken met vroege groenten zijn voor een beginner genoeg.
Alle gidsen over moestuin beginnen
MoestuinbakDe moestuinbak: welke diepte, welk hout en welke grond erin gaat, op poten of op de grond.
Makkelijke moestuinDe makkelijke moestuin voor een eerste seizoen met weinig werk: groenten die bijna altijd lukken en hoe vaak je water geeft.
Moestuinzaden kiezenMoestuinzaden kiezen: zaadvast of F1, bio of gewoon, en wat je zelf zaait of als plantje neemt.
Moestuin makenEen moestuin maken in volle grond, van plek en grondverbetering tot indeling en bemesting, in zeven stappen.
Wanneer kun je met een moestuin beginnen?
De beste maand om te beginnen is februari of maart, voor de eerste zaaiweken. Het voorbereidende werk, grond losmaken en compost uitstrooien, kan al in oktober en november. De eerste zaai buiten volgt in maart, en pas na half mei gaan gevoelige planten naar buiten. De IJsheiligen, 11 tot en met 14 mei, zijn daarbij een goede richtlijn. Sinds 1901 vroor het in De Bilt na 14 mei nog in negen jaren, dus de regel klopte in ongeveer 92 procent van de jaren. De laatste vorstdag valt de laatste dertig tot veertig jaar gemiddeld ongeveer tien dagen eerder.
Compost uitstrooien, knoflook planten (half oktober tot half november), veldsla en winteruien
Compost niet onderspitten
Februari
Grond voorbereiden, sjalotten poten, prei en paprika voorzaaien
Alleen bij vorstvrij weer werken
Maart
Radijs, snijbiet, rode biet, wortel en bosui direct buiten
Spinazie kan van half februari tot half april
April
Sla, voorzaaien van courgette vanaf half april
Tomaten nog binnen houden
Half mei
Stambonen, courgette en tomaat buiten
Na de IJsheiligen
Juli
Paksoi in de tweede helft, courgette doorzaaien tot en met juli
Paksoi schiet door bij warmte
Augustus en september
Radijs, spinazie en snijbiet tot half augustus, winterspinazie in september
Voor de eerste vorst oogsten
Data zijn gangbare bandbreedtes en hangen af van het weer.
Waar zet je de moestuin en hoe groot maak je hem?
Een goede plek is vlak, zonnig en beschut, met een waterpunt in de buurt. Vier vakken van 1 bij 1 meter zijn genoeg voor een eerste jaar. De meeste beginners beginnen te groot en haken in juli af. Zo weet je na het eerste seizoen ook welke vakken goed gingen. Wil je eerst proberen of het bevalt, zet dan twee bakken op een terras met sla, radijs en een tomatenplant.
De aanleg begint met het verwijderen van het gras en het uitzetten van de paden, en hoe dat gaat, zie je als je een moestuin maakt. Heb je een balkon of terras, kies dan voor het bakkenmodel.
Welk gereedschap heb je nodig om te beginnen?
Veel heb je niet nodig. Een spade of spitvork om de grond los te maken en een hark voor een fijn zaaibed volstaan voor het eerste jaar. Daarbij horen een gieter met broes voor het zaaien en een kleine schep of plantschepje voor het poten. Een touw en twee latten helpen om rechte rijen en vakken uit te zetten. Een kruiwagen is handig zodra je compost of grond moet verplaatsen.
Koop gereedschap liever een voor een, op het moment dat je het nodig hebt. Wie eerst alles aanschaft, ontdekt vaak dat de helft ongebruikt in de schuur blijft liggen. Een kas of koude bak is een extra die je in het voorjaar een voorsprong geeft, maar geen vereiste.
Welke grond en voeding heeft een moestuin nodig?
Groenten groeien het best in losse, humusrijke grond met een pH tussen 6 en 7. Reken op ongeveer 30 liter compost of mest per 10 vierkante meter per jaar, bij voorkeur in oktober en november uitgestrooid. Verse stalmest geef je ruim voor het zaaien, het liefst in het najaar, zodat hij kan inwerken. Kalk is alleen nodig als de grond te zuur is, en dan zonder mest in dezelfde maand. Wat bij jouw grond past, reken je uit met de rekenhulp voor bemesting en kalk.
Omspitten hoeft niet. Compost bovenop en een laag mulch doen het werk van een spade, met minder risico voor het bodemleven. Alleen op een verdicht stuk, zoals een oud gazon, helpt een spitvork. Mengsels maak je door potgrond en tuinaarde te combineren.
Kies je een bak, een verhoogd bed of volle grond?
Een moestuin kan in de volle grond, in een verhoogd bed of in bakken. Een hoge bak werkt rugvriendelijk, een bak past op een terras en volle grond geeft de meeste ruimte. Wat past, hangt af van je grond, je tuin en je rug. Begin bij de situatie die op jouw tuin lijkt.
Een palletrand is een voordelige manier om een bak te maken, en twee randen op elkaar geven genoeg diepte voor tomaat en wortel. Pallets zijn vaak behandeld en je weet niet altijd waarmee, dus gebruik ze alleen als je zeker weet dat het hout geen chemische behandeling heeft gehad. Bak, diepte en hout hangen nauw samen, en dat merk je het best bij de moestuinbak.
Zo kies je tussen volle grond, verhoogd bed en bak
Situatie
Kies
Let op
Goede, losse grond in de tuin
Volle grond
Gras eerst verwijderen
Harde, natte of verdachte grond
Verhoogd bed of bak
Open bodem of gaten voor afvoer
Alleen een terras of balkon
Bak op poten
Natte grond is zwaar
Rugklachten
Hoge bak op werkhoogte
Smal genoeg om het midden te bereiken
Beperkt budget
Palletranden of tegels
Pallets alleen als je zeker weet dat het hout niet chemisch is behandeld
Wat zaai en plant je het eerste jaar?
Kies in het eerste jaar gewassen die weinig vragen: radijs, sla, snijbiet, rode biet, bosui, spinazie, stambonen en courgette. Met een makkelijke moestuin lukken de meeste groenten het best, en bij moestuinzaden kiezen hoort ook de keuze van het zaad dat je koopt. Voor het zaaien zelf gelden eigen regels, en die horen bij zaaien.
Hoe plant je een plantje? Zet het ongeveer even diep als het in de pot stond, druk de grond aan en geef water. Alleen tomaat plant je dieper, tot aan het eerste echte blad, want hij vormt dan extra wortels aan de stengel. Plant op een bewolkte dag of aan het eind van de middag, zodat de plant niet meteen in de volle zon moet wortelen. Op het zakje staan de afstanden.
Hoe plan je wat waar staat en wat daarna komt?
Met een eenvoudig plan voorkom je dat dezelfde ziekten steeds terugkomen. Verdeel de gewassen in drie groepen: stikstofvragers zoals tomaat en kool, wortelgewassen zoals biet, peen en ui, en peulvruchten zoals bonen en erwten. Zet elke groep in een eigen vak en schuif ze elk jaar een vak door. Zo staat dezelfde soort niet twee jaar achter elkaar op dezelfde plek, en dat beperkt ziekten die in de grond blijven zitten.
Maak ook gebruik van voor- en nateelt. Zaai radijs in maart, oogst in mei, zet er daarna stokbonen en zaai na de bonen in augustus weer radijs. Zo is geen vak langer dan nodig kaal. Schrijf op wat waar stond, dan weet je volgend jaar wat er mag volgen. De rekenhulp voor combinatieteelt en vruchtwisseling helpt je bij de volgorde.
Hoe zorg je voor water in de moestuin?
Een moestuin zonder waterpunt is een steeds terugkerende ergernis. Een regenton van 80 liter is te klein voor een moestuin van 100 vierkante meter; een vat van 1000 liter kan water van seizoen naar seizoen bewaren. Geef water bij de voet van de plant, met een gieter of druppelslang, want zwenksproeiers laten veel verdampen. Hoeveel water een moestuin vraagt, reken je uit met de rekenhulp voor regenton en watergift.
Zonder stroom in de tuin kan een accupomp water uit een regenton of vat naar de planten brengen. Wil je grond- of sloot water gebruiken, vraag dan eerst bij je waterschap na wat mag: diverse waterschappen kennen een meldplicht voor grondwateronttrekkingen, en voor sloot- en oppervlaktewater gelden eigen regels.
Wat doe je wekelijks aan onkruid, slakken en vogels?
De wekelijkse klus in een moestuin is kort: water geven bij droogte, onkruid weghalen en oogsten. Zaadonkruid pak je het makkelijkst aan door regelmatig te schoffelen of uit te trekken, het liefst op een droge dag. Wortelonkruid als paardenbloem en zuring heeft een penwortel die je zo volledig mogelijk uitsteekt. Kweekgras, heermoes en zevenblad hebben wortelnetwerken waarvan elk stukje opnieuw kan uitgroeien. Een laag mulch geeft onkruid minder kans. Oogst regelmatig en jong, want sla, bladgroenten en bonen gaan sneller bloeien of verhouten als je ze laat staan.
Slakken zijn de bekendste plaag. Een slak legt per legsel ruim 400 eieren, in april begint het eerste legsel en na ongeveer drie weken komen de eitjes uit. Terugdringen in het vroege voorjaar helpt daarom meer dan achteraf bijhouden. Of bepaalde planten slakken tegenhouden, is overlevering. Een kale rand rond de bak en controleren in de vroege ochtend of na regen helpt meer. Vogels eten graag jonge kool en zaailingen: leg een gaas of vliesdoek over de planten, maar niet over gewassen die bestuiving nodig hebben.
Kun je met kinderen een moestuin beginnen?
Dat werkt het best met gewassen die snel resultaat geven: radijs, sla en bonen. Geef elk kind een eigen vak, ook al is het maar een halve meter breed, en laat ze zelf zaaien en gieten. Radijs is geschikt omdat er na ongeveer vier tot zes weken al iets te oogsten valt. Stokbonen langs een rek geven een plantenhut en zijn spannend om te zien groeien.
Eén regel over veiligheid: laat kinderen nooit eten wat ze niet herkennen. Courgettes en pompoenen die vanzelf zijn opgekomen, bijvoorbeeld uit de composthoop, kunnen door kruising met sierkalebassen bittere, giftige stoffen bevatten. Smaakt een courgette of pompoen bitter, eet dan niet verder en gooi hem weg. Bij klachten als buikpijn of braken bel je de huisarts.
Wat kun je nog zaaien als je laat begint?
Wie pas in de zomer begint, heeft nog mogelijkheden. Courgette en een buitenkomkommer kunnen in juli nog wat opleveren, tomaten zijn te laat. Een voorgekweekt plantje scheelt ongeveer een maand. In augustus kun je radijs, snijbiet en spinazie zaaien, en in de tweede helft van juli paksoi. Het is geen volle oogst, maar kale grond bedekken helpt ook tegen onkruid. Voor het najaar kun je al denken aan knoflook, winteruien en veldsla, die je tussen september en half november zaait of plant. Wat bewaren en oogsten betreft, past oogsten en bewaren bij dit seizoen, en wie in de winter wil doorgroeien, heeft iets aan de kweekkas.
Rekenhulp
Zaaikalender voor groenten
Waar de kalender op rust, met bronnen
Waar de kalender op rust
Maanden gelden voor een gemiddeld Nederlands voorjaar en zijn niet per regio bijgesteld; zandgrond in het zuiden warmt eerder op dan de kust.
IJsheiligen (11 tot en met 14 mei) is de uitplantgrens voor vorstgevoelige gewassen. Onderbouwd door KNMI (vorst na 14 mei in De Bilt in 9 jaren sinds 1901, dus 92 procent betrouwbaar); een vuistregel, geen garantie.
Maandlijsten zijn afgeleid van tekst als 'half april tot eind mei': elke genoemde maand telt mee, ook als alleen de helft ervan wordt genoemd.
Waar Groei & Bloei Deventer (tabel op meerjarige gemiddelden) en een Groei & Bloei-artikel verschillen, is voor zaaien de ruimste periode gekozen en voor afstanden de bandbreedte. Voorbeelden: tomaat 80 x 40 cm (tabel) tegen 60 tot 70 cm in de rij bij cherrytomaat (artikel); doperwt zaaien vanaf februari (artikel) tegen half maart (tabel).
rijafstand is het eerste getal in de tabel van Groei & Bloei Deventer en plantafstand het tweede getal. Bij gewassen zonder tabelregel is alleen een afstand genoemd als een artikel die geeft.
Oogstmaanden zijn begrensd door wat de bron noemt. Bij oogst 'tot in het najaar' zijn de maanden tot en met de laatste genoemde maand opgenomen. Waar geen oogstperiode staat (onder meer rucola, koriander, rabarber, tuinkers) is null gezet.
Het aantal gewassen volgt uit wat is gelezen; rassen en winterharde variëteiten (zoals winterprei of vroege en late wortel) zijn samengevoegd tot één gewas, met de ruimste maanden.
Standplaats is alleen gevuld als een gelezen bron die noemt (null elders). Er is bewust geen standplaats bijgevuld uit algemene kennis.
Plantdiepte van knoflook: de bron noemt zowel 10 tot 12 cm diep als dat de punt net onder de grond moet zitten.
Wie in februari een moestuin in een kas begint en palletranden wil gebruiken, kan kiezen tussen één rand of twee op elkaar. Eén rand is genoeg voor sla, radijs en kruiden. Twee randen maken ook wortel en tomaat mogelijk, maar vragen meer grond om te vullen.
Water halen zonder stroom
Op een moestuin zonder stroom lag de waterbron op flinke afstand: een handpomp en een sloot. Een accupomp met een zeef tegen vuil en een lange tuinslang bleek genoeg om de hele moestuin te beregenen. Reken wel op meerdere accu's en let op de aansluiting op de bronpijp: lekt die, dan loopt de leiding leeg en moet je bij elke start opnieuw aanzuigen.
In juli nog zaaien
Courgette en een buitenkomkommer leveren bij mooi herfstweer nog een oogst op, augurken kun je proberen als je meteen zaait. Tomaten zijn te laat; een voorgekweekt plantje scheelt zo'n maand.
Veelgemaakte fouten
Te groot beginnen
Een groot bed is veel werk. Begin met vier vakken en breid uit als het lukt.
Gevoelige gewassen voor de IJsheiligen buiten zetten
Een nacht met vorst doodt tomaat, bonen en courgette. Wacht tot na half mei.
Verse mest vlak voor het zaaien
Verse mest brandt zaailingen. Geef hem in het najaar, of gebruik compost.
Zonder waterpunt beginnen
Elke gieter van ver halen is een reden om te stoppen. Plaats de moestuin dicht bij water.
Veelgestelde vragen
Welke maand starten met een moestuin?
Februari en maart zijn de beste maanden om te starten: je bereidt de grond voor en zaait de eerste gewassen. Radijs, snijbiet, rode biet, wortel en bosui kunnen vanaf maart direct buiten. Voor bonen, courgette en tomaat wacht je tot na half mei. Het najaar kan ook, voor voorbereiding en knoflook.
Hoe begin ik een moestuin in de volle grond?
Verwijder het gras, maak de grond los met een spitvork, werk er compost doorheen en zet vier vakken van 1 bij 1 meter uit. Zaai daarna in maart de eerste gewassen. Alle stappen van het plan, van de plek tot de eerste gewassen, loop je door als je een moestuin maakt.
Hoe beginnen aan een moestuin?
Begin klein, op een zonnige plek bij een waterpunt. Kies een bak of een stuk volle grond, werk er compost doorheen en zaai gewassen die weinig vragen. Houd een notitieboekje bij van wat je wanneer deed, zodat je volgend jaar weet wat werkte.
Welke groenten voor beginners in de moestuin?
Radijs, sla, snijbiet, rode biet, bosui, spinazie, stambonen en courgette. Ze zijn snel klaar, vergeven fouten en laten zich direct buiten zaaien. Tomaat en paprika neem je liever als voorgekweekt plantje. Wie meer keuze wil, kijkt naar een makkelijke moestuin.
Wanneer is de beste tijd om te beginnen met planten in de moestuin?
Koude gewassen kunnen vanaf maart, gevoelige planten zoals tomaat en courgette na half mei. De grond moet voldoende zijn opgewarmd en de kans op vorst voorbij. Kijk bij twijfel naar het weerbericht: in een late lente wacht je gewoon een week langer.
Hoe moet je planten planten?
Maak een gat iets groter dan de pot, zet de plant even diep als hij in de pot stond, vul met grond en druk aan. Geef direct water. Alleen tomaat zet je dieper, tot aan het eerste echte blad. Houd de eerste weken de grond vochtig.
Hoe kan ik als beginner een moestuin aanleggen?
Kies een zonnige plek, zet vier vakken van 1 bij 1 meter uit, verwijder het gras en werk compost door de grond. Houd de paden smal en zaai radijs, snijbiet en rode biet in maart. Houd het eerste jaar eenvoudig en schrijf op wat werkt.
Wanneer is de beste tijd om mijn tuin te bemesten?
Compost en goed verteerde mest strooi je het best in oktober en november uit, zonder onder te spitten. Kalk, als de grond te zuur is, in januari, en dan een maand wachten met mest. Geef planten hooguit één keer per jaar voeding, in het voorjaar.
ZaaienZaaien hangt af van het gewas: radijs en wortel vanaf maart buiten, tomaat binnen en gevoelige planten na half mei. Lees diepte, afstand en kalender.
Tomaten kwekenVruchtgroenten zaai je tussen januari en april binnen en zet je na half mei buiten. Kies je gewas, zie wanneer je zaait en waar je verder leest.
Sla en bladgroentenBladgroenten kweken lukt het best in koele weken. Wanneer je sla, spinazie, snijbiet, rucola, paksoi en postelein zaait, en hoe je doorschieten voorkomt.
Wortel- en knolgewassenWortelgewassen als aardappel, wortel, biet en radijs willen losse, diepe grond. Zo kies je, zaai je op tijd en pak je een tegenvallende oogst aan.
Knoflook, ui en preiKnoflook zet je half oktober tot half november, ui zaai je in maart en prei plant je van mei tot juli uit. Zo ga je van pootgoed naar oogst en opslag.
Kool kwekenKool kweken in de moestuin: van boerenkool zaaien tot koolrabi snijden en spruitjes oogsten na vorst. Met kalender, keuzehulp en aanpak tegen rupsen.
Bonen en erwtenPeulvruchten kweken begint in februari met erwten en loopt tot juli met bonen. Zie wat je wanneer zaait en welke pagina bij jouw gewas past.
Rabarber en aspergesMeerjarige groenten zet je één keer en oogst je jaren. Begin met rabarber, kies een vaste hoek in de moestuin en kijk welke vaste groenten verder passen.
Kruiden kwekenMaak je kruidentuin in april of mei in grond, bak of pot. Zo verdeel je droge en vochtige kruiden, kies je een plek en plant je op balkon of verticaal.
KweekkasEen kweekkas vangt zonnewarmte maar houdt geen strenge vorst tegen. Zo kies je het juiste type, weet je wat erin past en houd je hem warm en luchtig.
Oogsten en bewarenOogsten doe je op het teken van de plant, niet op de datum. Zo zie je per groente of ze rijp is, van radijs tot pompoen, en hoe je de oogst goed bewaart.